Volmacht (3:60 BW) en het einde daarvan (3:72 BW)

Let op: volmacht geeft (slechts) de bevoegdheid tot vertegenwoordiging. De eventuele plicht tot vertegenwoordiging vloeit voort uit een andere rechtsverhouding.

Bij het handelen ‘in naam van een ander’ geldt niet de strikte eis dat daadwerkelijk de naam van die ander moet worden genoemd; voldoende is dat de gevolmachtigde aan de wederpartij duidelijk maakt dat hij niet voor zichzelf, maar voor een ander handelt.

Volmacht werkt niet privatief. Dat wil zeggen: de volmachtgever verliest niet zelf de bevoegdheid tot handelen.

Einde van de volmacht

Het einde van de volmacht is geregeld in art. 3:72 BW.

Art. 3:72 BW:

Een volmacht eindigt:

a. door de dood, de ondercuratelestelling, het faillissement van de volmachtgever of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;

b. door de dood, de ondercuratelestelling, het faillissement van de gevolmachtigde of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tenzij anders is bepaald;

c. door herroeping door de volmachtgever;

d. door opzegging door de gevolmachtigde.

Er zijn in totaal vijf manieren waarop de volmacht kan eindigen (waarvan de eerste drie in art. 3:72 BW vermeld staan):

  1. dood, curatele of faillissement van volmachtgever (sub a) of gevolmachtigde (sub b);
  2. herroeping door de volmachtgever (sub c);
  3. opzegging door de gevolmachtigde (sub d);
  4. vervulling van een voorwaarde;
  5. intreden van een tijdsbepaling.

Van de beëindigingsgronden kan worden afgeweken (art. 3:74 BW), met uitzondering van de gronden faillissement van de volmachtgever en opzegging door de gevolmachtigde.