Verloop van de dagvaardingsprocedure

De dagvaardingsprocedure vangt aan met de dagvaarding (art. 111 Rv). De dagvaarding bevat een oproep om op de roldatum te verschijnen. De termijn: de roldatum moet minstens 8 dagen na betekening liggen (art. 114 lid 1 Rv).

De deurwaarding brengt de dagvaarding uit bij exploot (art. 111 lid 1 jo 45 lid 2 Rv). Bovendien wordt het exploot van de dagvaarding ter griffie ingediend (art. 125 lid 2 Rv). Daarmee is de zaak aangebracht bij de rechtbank (art. 125 lid 1 Rv). Doet de eiser dit niet uiterlijk voor de roldatum, dan wordt het geding weer van de rol gehaald (art. 125 lid 5 Rv). De advocaat van gedaagde moet stellen op de roldatum (art. 128 lid 1 Rv).

De conclusie van antwoord moet normaal gesproken worden genomen op de eerste roldatum. Uitzondering: als de rechter een nader te bepalen datum vaststelt (art. 128 lid 2 Rv). Wordt er voor de kantonrechter geprocedeerd, dan kan de conclusie van antwoord ook mondeling worden genomen (art. 82 Rv). Een eventuele vordering in reconventie moet meteen worden gedaan bij conclusie van antwoord (art. 137 Rv).

De rechter kan een comparitie na antwoord gelasten (art. 131 Rv). Tot twee weken voorafgaand aan de comparitie kunnen partijen nadere stukken overleggen (art. 2.9 Landelijk Procesreglement). De comparitie kan een schikkingscomparitie zijn (art. 87 Rv) of een inlichtingencomparitie (art. 88 Rv). In de praktijk maakt overigens zelden zich iemand druk om dit onderscheid en worden er zowel inlichtingen verschaft als geprobeerd om een schikking te bewerkstelligen. Voor het tentamen is het onderscheid echter wél relevant. De ervaring leert dat zodra er ook maar enigszins inhoudelijk over de zaak wordt gesproken, er sowieso al snel sprake is van een inlichtingencomparitie (dus naast de mogelijkheid dat het tevens gaat om een schikkingscomparitie). Het is meestal veilig om dit op deze manier aan te houden op het tentamen.

Wordt er geen comparitie gelast, dan volgt er een tweede schriftelijke ronde met een conclusie van repliek en een conclusie van dupliek (art. 132 lid 1 Rv). Is er wél een comparitie geweest, dan komt er alleen een tweede schriftelijke ronde met een repliek en een dupliek indien de rechter dit uitdrukkelijk bepaalt (art. 132 lid 2 Rv).

Na de repliek en dupliek kan er op verzoek van partijen pleidooi volgen, tenzij er bij de comparitie voldoende gelegenheid is geweest voor toelichting (art. 134 lid 1 Rv).

Uiteindelijk bepaalt de rechter een dag voor uitspraak (art. 229 Rv). Van het vonnis (geregeld in art. 230 Rv) wordt vervolgens een afschrift aan partijen verstrekt (art. 231 Rv).