Ontbinding

Les Voortgang
0% voltooid

Wanprestatie kan aanleiding geven om alsnog nakoming te vorderen van de overeenkomst. Maar in sommige gevallen is het toch wenselijk om helemaal van de overeenkomst af te komen. In dergelijke gevallen kun je de overeenkomst ontbinden indien je aan alle wettelijke eisen voor ontbinding voldoet.

Frits heeft de basiscursus “vrijwillige brandweer” bijna met succes voltooid, en biedt zijn studieboeken aan Anja tegen een vriendenprijsje van € 250 te koop aan. Anja, die nog aan het begin van de cursus staat, gaat hier graag op in, en beiden spreken af dat Anja de helft vooruit zal betalen, en de andere helft op zaterdag 1 juni wanneer de laatste lesbijeenkomst zal plaatsvinden en Frits de boeken aan Anja zal overhandigen. Op 1 juni zegt Frits echter dat hij geen gelegenheid heeft gehad om de boeken mee te nemen, maar dat hij ze binnenkort wel een keer langs zal komen brengen. Hij vraagt aan Anja om hem alvast de rest van de koopsom te betalen.

Anja voelt daar eigenlijk helemaal niet zoveel voor. Ze vreest dat ze bij Frits bij de neus wordt genomen. Frits staat er echter op dat zij betaalt.

Zolang tussen Frits en Anja sprake is van een overeenkomst, heeft Frits in beginsel recht op nakoming door Anja van haar verbintenis tot betaling. Uitgangspunt is immers dat een contractspartij aan de overeenkomst is gebonden (pacta sunt servanda).

De wetgever heeft daarom voorzien in de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden wegens tekortkoming in de nakoming. Dat is geregeld vanaf art. 6:265 BW. De wettekst van art. 6:265 BW luidt:

Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

De vereisten voor ontbinding zijn:

  1. er moet sprake zijn van een overeenkomst;
  2. de wederpartij moet een tekortkoming in de nakoming hebben gepleegd;
  3. te tekortkoming moet ‘zwaar’ genoeg zijn om de ontbinding te rechtvaardigen (dat staat in de laatste zin: “tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt“);
  4. in sommige gevallen moet er sprake zijn van verzuim (dit gaan we in de cursus apart behandelen; we gaan daar nu nog niet op in).

Als Anja in het voorbeeld besluit om de overeenkomst met Frits te ontbinden, moet zij zich afvragen of aan de voorwaarde daarvoor is voldaan.

Vast staat dat er sprake is van een overeenkomst (namelijk: een koopovereenkomst).

Het is verder duidelijk dat Frits tekortschiet in zijn plicht tot nakoming.

Aangezien Frits überhaupt niet betaalt, rechtvaardigt dit uiteraard te ontbinding. Helemaal niet betalen is eigenlijk bijna altijd wel ‘zwaar’ genoeg om ontbinding te rechtvaardigen.

Wat betreft het vereiste van verzuim, is het in dit geval niet nodig dat Anja hem eerst een brief stuurt met een betalingstermijn. Er was immers al een uiterlijke termijn afgesproken.