Natuurlijke verbintenis

Er zijn twee soorten verbintenissen:

  1. Civiele verbintenis: de ‘normale’, afdwingbare verschijningsvorm van verbintenissen met actieve en passieve zijde.
  2. Natuurlijke verbintenis: weliswaar is een actieve en passieve zijde te onderscheiden, maar aan de actieve zijde ontbreekt het vorderingsrecht (art. 6:3 e.v. BW).
Art. 6:3 BW:

1. Een natuurlijke verbintenis is een rechtens niet- afdwingbare verbintenis.

2. Een natuurlijke verbintenis bestaat:

a. wanneer de wet of een rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt;

b. wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt.

Te onderscheiden bronnen van natuurlijke verbintenissen:

  • De wet of een rechtshandeling maakt dat aan een verbintenis geen vorderingsrecht kan worden ontleend; bijvoorbeeld art. 3:306 (wat er overblijft na verjaring), of art. 138 Faillissementswet (wat er overblijft na het akkoord bij faillissement).
  • Het bestaan van een zodanige morele verplichting, dat naleving daarvan maatschappelijk als een rechtsplicht wordt ervaren, zonder dat daartoe een vorderingsrecht bestaat (bijv.: de verzorging van de langstlevende echtgenoot is een “onafwijsbare maatschappelijke verplichting”; vgl. het arrest Schoonzuster).

Gevolgen van een natuurlijke verbintenis:

  • geen vordering tot nakoming mogelijk
  • niet-betaling is geen tekortkoming, dus geen schadevergoeding, ontbinding of opschorting
  • betaling (nakoming) doet de natuurlijke verbintenis binnen de sfeer van het recht komen: je hebt dan ook geen actie uit onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) of ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW)
  • omzetting: op grond van art. 6:5 BW wordt de natuurlijke verbintenis bij overeenkomst omgezet in een civiele. Zie ook lid 2 voor de bijzondere wijze van totstandkoming van een dergelijke overeenkomst.
Art. 6:5 BW:

1. Een natuurlijke verbintenis wordt omgezet in een rechtens afdwingbare door een overeenkomst van de schuldenaar met de schuldeiser.

2. Een door de schuldenaar tot de schuldeiser gericht aanbod tot een zodanige overeenkomst om niet, geldt als aanvaard, wanneer het aanbod ter kennis van de schuldeiser is gekomen en deze het niet onverwijld heeft afgewezen.

3. Op de overeenkomst zijn de bepalingen betreffende schenkingen en giften niet van toepassing.

Naast de civiele en natuurlijke verbintenis kan ook nog een derde groep worden onderscheiden, namelijk die van de verplichtingen buiten de rechtssfeer. Daarop wordt in de volgende paragraaf ingegaan.