Algemene voorwaarden

De definitie van algemene voorwaarden staat in art. 6:231 sub a BW.

Art. 6:231 BW:

In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. algemene voorwaarden: een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven, voor zover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd;

b. gebruiker: degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt;

c. wederpartij: degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van algemene voorwaarden heeft aanvaard.

Kernbedingen vallen buiten de werking van deze afdeling, vooropgesteld dat die kernbedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd. Kernbedingen zien veelal op de kwaliteit, hoeveelheid, soort, of prijs. Het criterium om te bepalen of er sprake is van een kernbeding, is: zonder het kernbeding zou de overeenkomst niet kunnen ontstaan vanwege onbepaalbaarheid (art. 6:227 BW).

Art. 6:227 BW:

De verbintenissen die partijen op zich nemen, moeten bepaalbaar zijn.

Het uitgangspunt is dat de algemene voorwaarden steeds als geheel worden aanvaard, ook als vast staat dat de wederpartij de inhoud van elk specifiek beding niet kende (art. 6:232 BW).

Art. 6:232 BW:

Een wederpartij is ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden als bij het sluiten van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud daarvan niet kende.

Of van aanvaarding van het geheel van voorwaarden sprake is, wordt beoordeeld aan de hand van de ‘gewone’ regels van aanbod en aanvaarding (art. 3:33 / 3:35 BW). Deze vraag gaat logischerwijs vooraf aan de vraag of de algemene voorwaarden in aanmerking komen voor vernietiging.

De contra-proreferentemregel

De contra-proreferentemregel houdt in: bij een consumentenovereenkomst geldt dat bij onduidelijke bedingen in algemene voorwaarden steeds de voor de consument voordeligste uitleg geldt (art. 6:238 lid 2). In andere overeenkomsten noemt de Hoge Raad dit een ‘uitgangspunt’.

Art. 238 BW:

1. Bij een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 236 en 237, kan jegens de wederpartij geen beroep worden gedaana. op het feit dat de overeenkomst in naam van een derde is gesloten, indien dit beroep berust op het enkele feit dat een beding van deze strekking in de algemene voorwaarden voorkomt;b. op het feit dat de algemene voorwaarden beperkingen bevatten van de bevoegdheid van een gevolmachtigde van de gebruiker, die zo ongebruikelijk zijn dat de wederpartij ze zonder het beding niet behoefde te verwachten, tenzij zij ze kende.

2. Bij een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 236 en 237 moeten de bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Bij twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de wederpartij gunstigste uitleg.

Battle of the forms

De situatie kan zich voordoen dat zowel aanbod als aanvaarding verwijzen naar algemene voorwaarden. In art. 6:255 lid 3 is geregeld dat de overeenkomst in dat geval tot stand komt op de voorwaarden waarnaar in het aanbod werd verwezen, tenzij de toepasselijkheid daarvan bij de aanvaarding uitdrukkelijk van de hand werd gewezen (dus anders dan door middel van een beding in de algemene voorwaarden).