Aansprakelijkheid, verhaal en draagplicht

Is men tot een prestatie verplicht, en laat men na daaraan gevolg te geven, dan kan de ander daartoe een actie instellen (rechtsvordering) teneinde een veroordeling te krijgen. Met andere woorden: de schuldenaar is aansprakelijk (dat wil zeggen: kan in rechte worden aangesproken).

Het veroordelend vonnis kan ten uitvoer worden gelegd (geëxecuteerd) door beslaglegging, gevolgd door executoriale verkoop, op de opbrengst waarvan de schuldeiser zich kan verhalen.

De schuldenaar moet hiervoor met zijn vermogen openstaan. Er wordt ook wel gesproken van verhaalsaansprakelijkheid of uitwinbaarheid.

In een schema samengevat komt dit op het volgende neer:

Aan de actieve zijde van de verbintenis staat een vordering (c.q. vorderingsrecht)Aan de passieve zijde staat een schuld (verplichting)
Om betaling van de schuld af te dwingen, kan de eiser een rechtsvordering instellenDe schuldenaar is voor die betaling aansprakelijk
De schuldeiser kan met een titel overgaan tot executieHet vermogen van de schuldenaar kan daarvoor worden uitgewonnen

In art. 3:276 is geregeld dat de schuldenaar openstaat met zijn gehele vermogen.

Art. 3:276 BW:

Tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt, kan een schuldeiser zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen.

Indien iemand aansprakelijk is, terwijl hij niet de (gehele) schuld is aangegaan (bijv. de borg), dan kan hij regres nemen op de (draagplichtige) schuldenaar.

Subsidiariteit: art. 3:234: men moet eerst verhaal nemen op de goederen van degene die de schuld is aangegaan; pas daarna kan men de derde-aansprakelijke uitwinnen (geldt voor pandhouder/hypotheekhouder).

Art. 3:234 lid 1 BW:

Indien voor een zelfde vordering zowel goederen van de schuldenaar als van een derde zijn verpand of verhypothekeerd, kan de derde, wanneer de schuldeiser tot executie overgaat, verlangen dat die van de schuldenaar mede in de verkoop worden begrepen en het eerst worden verkocht.

Voor de borg geldt op grond van art. 7:855 een overeenkomstige regel.

Art. 7:855 BW:

De borg is niet gehouden tot nakoming voordat de hoofdschuldenaar in de nakoming van zijn verbintenis is tekort geschoten.

Sommigen nemen aan dat dit subsidiariteitsbeginsel een algemeen geldende regel betreft.