Probleemstelling formuleren scriptie

Nu je het onderwerp hebt gekozen ga je aan de slag met het maken van een goede vraagstelling. Een goede vraagstelling is goed afgebakend en zo volledig mogelijk.

Vraagstelling, probleemstelling of hypothese

In een scriptie staat de probleemstelling, vraagstelling of hypothese centraal. Probleemstelling en vraagstelling zijn ongeveer synoniem en stellen een bepaalde vraag centraal. Een hypothese is eigenlijk een vraagstelling is de vorm van een stelling. Het verschil tussen een vraagstelling en probleemstelling is vooral de uitwerking in de rapportage of scriptie zelf. De opbouw is dan iets anders. Veel studenten kiezen voor een vraagstelling

vraagstelling probleemstelling hypothese scriptie onderwerp schrijven recht hbo structuur begeleiding hulp repetitor inleiding conclusie titel voorwoord indeling

Het formuleren van een vraag of probleem

Nu je het onderwerp hebt gekozen begin je met het verzinnen van een vraag waar je een antwoord op kunt formuleren. Iedere vraag is eigenlijk goed in deze fase. Schrijf gewoon een paar vragen op die in je opkomen en maak die vraag zo klein mogelijk. Wanneer je een praktijkopdracht moet maken komt de vraag vaak al uit de praktijk en neem je dat als uitgangspunt. Ook daarvoor geldt maak het zo klein mogelijk. Daarover ga je dan in gesprek met je opdrachtgever. Een brede vraag lijkt goed maar je zal dan later zien dat je eigenlijk geen goed antwoord kan geven om dat de vraag te breed was.

Maak het onderwerp zo klein mogelijk

Als je niet meer kan werken en er moet een schade worden begroot dan kijkt men naar het arbeidsvermogen. Je onderwerp is dan het arbeidsvermogen. Je kan dit onderwerp kleiner maken door het bijvoorbeeld te beperken tot kinderen, en weer verder te beperken tot kinderen in Nederland. Kies binnen je onderwerp dus altijd voor een klein deelonderwerp. Een ander voorbeeld is LEGO. Dat onderwerp is ook te groot. Je kan dan kiezen voor bijvoorbeeld een verband met octrooirecht. En dan weer verder verkleinen tot bescherming na octrooirecht.

Het afbakenen van de vraag of probleem

Je gaat de vraag verbeteren door de vraag af te bakenen. Hiermee wordt vooral bedoeld dat je de vraag steeds duidelijker en scherper maakt.

Hierboven gaven wij al een paar voorbeelden. Het is denkbaar dat je bij de vorige stap al zo ver bent dat je al een goede vraagstelling hebt.

Bedenk of controleer naar aanleiding van je vorige stap. Of je vraag voldoende is afgebakend. Je kan daarbij denken aan de plaats of regio waar het zich afspeelt (Rotterdam, Nederland, EU, Zuid-Amerika), de relatie die het heeft (tussen mannen en vrouwen, opa’s en oma’s), de categorie (studenten, werkende, werklozen, armen, rijken), de tijd waarin het zich afspeelt (tijdens de tweede wereldoorlog, of tussen 1900-1980).

Een voorbeeld

Bij het formuleren van de vraag zijn verschillende mogelijkheden denkbaar. Focus je dus niet te veel op voorbeelden die je van anderen tegenkomt. Het kan ook anders.

Je kan denken aan de vraagstelling van Karim:

“In hoeverre heeft de rechter, op grond van het huidige wettelijke systeem, de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar hun persoonlijke kenmerken? Is hervorming op dit punt wenselijk en zo ja, hoe kan dit worden bewerkstelligd?”

Je kan dezelfde vraagstelling dan ook anders formuleren zonder aan de inhoud te sleutelen.

“In hoeverre heeft de Nederlandse rechter de mogelijkheid om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te kijken naar hun persoonlijke kenmerken? Is hervorming op dit punt wenselijk en zo ja, hoe kan dit worden bewerkstelligd?”

Je ziet dat wij het woord ‘Nederlandse’ hebben toegevoegd om daarmee ‘op grond van het huidige wettelijke systeem’ te vervangen. Het woord ruimte hebben wij vervangen door het woord mogelijkheid en het woord te differentiëren door kijken. Wij willen hier vooral mee laten zien dat jij je vrij moet voelen andere woorden te gebruiken. Het gaat om de inhoud van wat je wil zeggen.

Wat beter is daar kan je over van mening verschillen. Soms verschillen mensen inhoudelijk en soms gaat het alleen om persoonlijke voorkeur. Vaak probeert een scriptiebegeleider je alleen inhoudelijk bij te sturen door je te wijzen op zaken die echt niet kloppen. Persoonlijke voorkeuren horen niet thuis in begeleiding.

Nadere toelichting

In scripties maar vooral in onderzoeken zie je in de rapportage ook een nadere afbakening staan of een toelichting op de afbakening. De schrijver wil je dan de vraagstelling laten voor wat het is maar duidelijk maken dat bepaalde termen in de vraagstelling een bepaalde betekenis hebben. Zo kan je bijvoorbeeld bij LEGO de vraag stellen: In hoeverre heeft LEGO in Nederland nog bescherming na afloop van de octrooibescherming.

Dit is op zich een goede vraagstelling. Toch kan de schrijver er voor kiezen het woord LEGO nog nader te beschrijven. Ziet LEGO op de merknaam. Het is gebruikelijk onder IE-juristen om merken met hoofdletters te schrijven, maar voor niet IE-juristen kan het vragen op roepen. Ook kan het zijn dat de lezer LEGO het speelgoed leest maar jij LEGO als bedrijf bedoeld, namelijk LEGO Nederland B.V.. Of je LEGO de bouwstenen bedoeld of LEGO de onderneming maakt hier uit. Als je naar de bouwstenen kijkt dan gaat het over octrooibescherming van de bouwstenen. Wanneer je Lego de onderneming bedoeld kan je aan wijzen op beschermingsconstructies in het ondernemingsrecht. De vraag komt dan in een ander daglicht te staan.

Om de onzekerheid voor de lezer weg te nemen (en kritiek van je begeleider) is het soms raadzaam sommige gebruikte elementen uit je vraagstelling nader toe te lichten. Dit doe je dan direct onder de vraagstelling.

Deelvragen

Wanneer je de vraagstelling hebt geformuleerd kan je overgaan tot het formuleren van deelvragen. In een goede structuur kom je ongeveer tot evenveel deelvragen als inhoudelijke hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk geef je vaak een inleiding, in het tweede en de volgende hoofdstukken geef je per hoofdstuk antwoord op je deelvragen.

Een voorbeeld:

Vraagstelling

In hoeverre heeft de Nederlandse rechter de mogelijkheid om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te kijken naar hun persoonlijke kenmerken? Is hervorming op dit punt wenselijk en zo ja, hoe kan dit worden bewerkstelligd?

Deelvragen

  1. Hoe wordt door de rechter het bedrag van schadevergoeding voor het verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen vastgesteld?
  2. Welke factoren kan de rechter gebruiken bij de vaststelling van deze schadevergoeding?
  3. Welke alternatieve benaderingen zijn er voor de berekening van verlies van arbeidsvermogen?

Omdat je de deelvragen vaak later per hoofdstuk uit gaat werken doe je er verstandig aan een deelvraag te beperken tot een vraag die je redelijkerwijs ook kan uitwerken in een hoofdstuk. Een hele brede deelvraag is al om die reden vaak praktisch geen goed idee.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on print