Methoden van onderzoek scriptie

Er is en wordt veel geschreven over de methode van rechtswetenschappelijk onderzoek. Van artikelen, proefschriften tot vragen in een Asserdeel. Vaak stellen opleidingen ook eisen de methoden die je moet gebruiken of de wensen die zij hebben.

Er zijn verschillende methoden denkbaar. Je kan literatuuronderzoek doen, enquêtes of interviews houden, een juridische vraag beschouwen vanuit of met behulp van een andere wetenschappelijke discipline. Ook rechtsvergelijking is een populaire methode.

Klassiek juridisch onderzoek

De meeste scripties maken gebruik van klassiek juridisch onderzoek. Een juridisch-normatief onderzoek dat is uitgevoerd als een desk- en literatuurstudie, waarbij relevante regelgeving, de literatuur en jurisprudentie is bestudeerd is. Waar relevant en beschikbaar zijn ook vaak empirische gegevens verzameld over het onderwerp. Mede vanwege de tijd is er vaak geen zelfstandig empirisch onderzoek verricht. Er wordt dan vaak een beroep gedaan op beschikbaar materiaal zoals openbare rapporten, jaarverslagen of ander wetenschappelijk onderzoek. Het heeft onze voorkeur om geen zelfstandig empirisch onderzoek te doen als je er niet in geschoold bent en weinig tijd hebt. Je krijgt het dan vaak niet goed op een rij en de kans dat de gegevens van je onderzoek onbetrouwbaar zijn is dan groter.

Rechtsvergelijking

Wanneer het doel is om beter inzicht te krijgen in het Nederlandse recht dan wordt er vaak gekozen voor een rechtsvergelijkend onderzoek. Voor jonge onderzoeker (PhD) wordt vier rechtsorders vaak als het maximum gezien. Anderen wijzen er op voorzichtig te zijn vergelijkingen te maken met vergelijkbare rechtsregels in andere landen omdat de rechtstelsels zelf op een eigen manier in elkaar steken en daarvoor wel enig overzicht nodig is van het rechtsstelsel zelf.

Taal en cultuur

Wij weten echter ook dat sommigen begeleiders het wenselijk vinden om rechtsvergelijking op te nemen in je scriptie. Als dat zo is beperk je dan tot rechtstelsel waar veel literatuur over is zodat je niet helemaal zelf op zoek moet gaan. Daarmee voorkom je eenvoudig fouten in je benadering. Zo kan het ene land wiet reguleren via het strafrecht en het andere land via het bestuursrecht of zelfs in nog lagere regelgeving. Als jij dan kijkt naar het strafrecht en het daar niet vindt dan kan je logischerwijs denken dat er geen regulering is. Dit soort fouten zijn te eenvoudig te voorkomen door je goed in te lezen in de literatuur. Ook de taal is een thema bij rechtsvergelijking. Kies daarom altijd een land waar je zowel met de taal en cultuur een beetje bekend bent. Zo vind ik het zelf Japan een mooi land, maar de taal en cultuur zijn voor mij niet altijd even makkelijk te begrijpen. Als je dan ook nog een rechtsvergelijking wil doen met zo’n land waarin je niet thuis bent dan zou ik het mijzelf (te) moeilijk maken.

Wanneer je de methoden hebt beschreven dan ben je bijna klaar met het eerste hoofdstuk. Vaak is de laatste paragraaf van het eerste hoofdstuk een plan van aanpak waarin je de hoofdstukken aan elkaar schrijft. Je legt dan uit wat je in hoofdstuk 1 doet en daarin hoofdstuk 2, etc. Op die manier neem je de lezer alvast mee in wat hij te lezen krijgt en kan je voor jezelf de hoofdlijn goed vasthouden. Het gevaar bij een scriptie is dat jij je verliest in details die voor de hoofdvraag beperkt relevant zijn. Een plan van aanpak helpt je vast te houden aan de hoofdlijn. Het is normaal dat je deze laatste paragraaf regelmatig verandert en aan het einde soms zelfs helemaal herschrijft. In het begin van je schrijfproces is het een hulpmiddel, niet meer dan dat.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on print