Houderschap en bezit: het verschil

Het verschil tussen een houder en bezitter

Houderschap betekent dat iemand voor een ander ‘houdt’. ‘Houden’ wil zeggen: de feitelijke macht uitoefenen). Of daarvan in een bepaald geval sprake is, en iemand dus houder is, wordt beoordeeld naar verkeersopvattingen (art. 3:108 BW).

Art. 3:108 BW: Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de navolgende regels en overigens op grond van uiterlijke feiten.

Een houder wordt vermoed voor zichzelf te houden en dus bezitter te zijn (art. 3:109 BW).

Art. 3:109 BW: Wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden.

Immers: bezitten is houden voor zichzelf (art. 3:107 lid 1 BW).

Art. 3:107 lid 1 BW: Bezit is het houden van een goed voor zichzelf.

In Latijnse termen wordt dit aangeduid met corpus en animus. Corpus wil zeggen: de feitelijke macht hebben. Animus betekent: de intentie om voor zichzelf te houden. Iemand kan de corpus hebben maar niet de animus. Diegene is dan houder. Iemand die de corpus heeft én de animus (dus de bijbehorende intentie om voor zichzelf te houden), is bezitter.

Een houder wordt dus op grond van art. 3:109 BW vermoed het bezit te hebben. Dit vermoeden is in de praktijk in veel gevallen gemakkelijk te weerleggen. Als iemand een auto huurt bij LLM Car Rental, wordt hij weliswaar vermoed de bezitter te zijn maar kan de verhuurmaatschappij eenvoudig het door hem ondertekende huurcontract laten zien. Daarbij zegt art. 3:108 BW dat de vraag of iemand voor zichzelf of voor de verhuurmaatschappij houdt, moet worden beoordeeld naar verkeersopvattingen. Gezond verstand leert dat als iemand voor een dag een auto huurt, hij niet de bezitter is maar slechts de houder.

Houderschap, bezit, eigendom

Zie ook onze blog over de verschillen tussen houderschap, bezit en eigendom voor een compleet overzicht.

Deel dit arrest

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on print