Tussenvonnis, deelvonnis, eindvonnis: de verschillen

In deze blog gaan we in op het verschil tussen een eindvonnis, tussenvonnis, en deelvonnis.

De relevantie van die vraag uit zich vooral in art. 337 Rv. De wettekst van art. 337 luidt:

Art. 337 lid 1 Rv:

Van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, kan hoger beroep worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.

Art. 337 lid 2 Rv:

Van andere tussenvonnissen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.

Art. 337 lid 1 Rv: vonnissen met een voorlopige voorziening: direct hoger beroep mogelijk

In lid 1 van art. 337 Rv is bepaald dat van een vonnis waarin een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen. De ratio daarvan ligt voor de hand: anders zou je noodgedwongen moeten wachten op de gehele uitspraak voordat je überhaupt kunt opkomen tegen de voorlopige voorziening. Dat zou bovendien de deur openzetten om, door strategisch te procederen, een nadelige situatie te kunnen creëren voor je wederpartij, die je vervolgens kunt rekken zodat je intussen kunt profiteren van die aldus gecreëerde situatie, terwijl je wederpartij daartegen niet kan opkomen.

Art. 337 lid 2 Rv: andere tussenvonnissen: hoger beroep alleen tegelijk met het eindvonnis

Art. 337 lid 2 Rv bepaalt dat van alle andere tussenvonnissen (dus zonder toewijzing of afwijzing van een voorlopige voorziening) hoger beroep alleen kan worden ingesteld tezamen met het eindvonnis. Er staat in beginsel dus geen tussentijds beroep open van tussenvonnissen, tenzij de rechter daartoe verlof verleent. Dat is anders indien de rechter een voorlopige voorziening toestaat of weigert. Tot 1 januari 2002 stond tussentijds beroep van tussenvonnissen in beginsel wel open. Sinds de herziening van Rv in 2002 is dit veranderd.

Met deze voorkennis gaan we nu in op de verschillen tussen een tussenvonnis, deelvonnis, en eindvonnis.

Tussenvonnis

Het verschil tussen een tussenvonnis en een eindvonnis zit in het dictum. Een tussenvonnis is een vonnis waarin de rechter niet in het dictum een eindbeslissing heeft genomen in één of meer onderdelen van het geding. Vaak wordt in een tussenvonnis een beslissing genomen over het verdere verloop van de procedure. Er wordt bijvoorbeeld een comparitie van partijen gelast (artt. 87 en 88 Rv), er wordt een bewijsopdracht gegeven, of er wordt een deskundige benoemd. Ook het toewijzen van een incidentele vordering is in beginsel een tussenvonnis (dat laatste volgt uit vaste jurisprudentie; zie bijv. ABN-AMRO/X (ECLI:NL:HR:2012:BW3263).

We kunnen in beginsel drie categorieën tussenvonnissen onderscheiden:

(1) Interlocutoir vonnis

Een tussenvonnis kan een interlocutoir karakter hebben (bijv. een bewijsopdracht, een comparitie van partijen, of de benoeming van een deskundige). Er wordt nader onderzoek gedaan naar de feiten of naar het recht. In dat verband wordt soms ook wel gesproken van ‘instructie’ in het geding.

(2) Provisioneel vonnis

Een provisioneel vonnis bevat een voorlopige voorziening (art. 223 Rv). Dit valt onder de werking van art. 337 lid 1 Rv: je kunt direct in hoger beroep.

(3) Incidenteel vonnis

Dit is de ‘restcategorie’ en omvat alle tussenvonnissen die geen interlocutoir of provisioneel vonnis zijn. Denk bijvoorbeeld aan een uitspraak van de rechter over zijn absolute of relatieve competentie, of voeging of tussenkomst.

Wordt door de rechter weliswaar niet in het dictum, maar wel in de rechtsoverwegingen een bindende einduitspraak gedaan, dan blijft het gaan om een tussenvonnis waartegen (tenzij de rechter anders bepaalt) tussentijds geen hoger beroep kan worden ingesteld. Daarvoor moet de bindende einduitspraak echt in het dictum staan. Ook dat volgt uit vaste jurisprudentie. Zie bijvoorbeeld het arrest Tussentijds appel (ECLI:NL:HR:2009:BK0153).

Eindvonnis

Een eindvonnis is een vonnis waarin in het dictum een definitief einde wordt gemaakt aan het geding met een eindbeslissing. Daarop zijn de normale regels voor hoger beroep van toepassing, van boek 1, titel 7 Rv (art. 332 t/m 362 Rv).

Een eindvonnis kan een condemnatoir, constitutief of declaratoir karakter hebben, of een combinatie daarvan. Een condemnatoire uitspraak is een veroordelende uitspraak waarin een van partijen wordt veroordeeld om iets te doen of na te laten (denk bijvoorbeeld aan de betaling van een geldsom). Een constitutieve uitspraak wijzigt een bepaalde rechtstoestand (denk aan de ontbinding van een overeenkomst). Een declaratoire uitspraak is ‘beschrijvend’ en stelt een bepaalde rechtsverhouding vast (bijvoorbeeld: er is sprake van een koopovereenkomst of een onrechtmatige situatie).

Op een eindvonnis is, conform de normale regels, de reguliere appeltermijn van drie maanden van toepassing (art. 339 lid 1 Rv).

Deelvonnis

Een deelvonnis is een vonnis dat zowel componenten heeft van een eindvonnis als van een tussenvonnis. Bijvoorbeeld: een deel van de vordering wordt in het dictum toegewezen, en voor het andere deel wordt een getuigenverhoor gelast. Voor wat betreft de eindvonniscomponent begint de appeltermijn (drie maanden; art. 339 lid 1 Rv) direct te lopen. Het is dus nadrukkelijk niet de bedoeling om op het gehele eindvonnis te wachten; appel tegen het eindvonnisgedeelte moet binnen drie maanden na het deelvonnis worden ingesteld. Tegen de tussenvonniscomponent staat geen beroep open (even daargelaten dat de rechter kan beslissen dat beroep wel mogelijk is) vanwege art. 337 lid 2 Rv. Voor het tussenvonnisgedeelte moet dus worden gewacht tot op dat onderdeel alsnog een definitieve einduitspraak in het dictum is gedaan. Dat volgt uit het arrest Vendex/Meiberg (ECLI:NL:HR:1990:ZC0076).

Nu kan zich nog de ingewikkelde situatie voordoen dat in het beroep tegen het einduitspraakgedeelte van het deelvonnis, ook wordt geklaagd over het tussenvonnisgedeelte van datzelfde deelvonnis. Dat mag. Het tussenvonnisgedeelte lift dan als het ware mee op het eindvonnisgedeelte. Uiteindelijk blijft het een keuze of je het tussenvonnisgedeelte gelijk meeneemt in het hoger beroep tegen het deelvonnis, of dat je daarmee wacht tot het eindvonnis.

Voorbeeld:

Arie vordert ontbinding van een overeenkomst met Bert wegens wanprestatie alsmede aanvullende schadevergoeding, en een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen hen moet worden geduid als een koopovereenkomst. In eerste aanleg wijst de rechter een deelvonnis waarin de ontbinding van de overeenkomst wordt uitgesproken en een bewijsopdracht aan Arie inzake de aanvullende schadevergoeding wordt verleend. De beslissing voor wat betreft de verklaring voor recht wordt aangehouden.

Voor Bert gaat nu meteen de appeltermijn van drie maanden lopen om op te komen tegen het einduitspraakgedeelte waarin de overeenkomst wordt ontbonden wegens wanprestatie. Voor wat betreft de bewijsopdracht inzake de aanvullende schadevergoeding, mag Bert kiezen of hij dit gelijk meeneemt in het beroep tegen het deelvonnis of dat hij daarmee wacht tot het eindvonnis.

Voor het andere onderdeel dat nog niet in het deelvonnis is meegenomen, namelijk de verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen Arie en Bert moet worden geduid als een koopovereenkomst, speelt er op dit moment nog geen probleem.

Stel dat gekozen wordt om het tussenvonnisgedeelte gelijk mee te nemen in het hoger beroep tegen het deelvonnis. In dat geval is het niet geoorloofd om in hoger beroep enkel te klagen over het tussenvonnisgedeelte, en niet over het eindvonnisgedeelte. Zou dat anders zijn, dan zou je immers alsnog, door op die manier strategisch te procederen, in beroep kunnen gaan tegen een tussenvonnis en op die manier het verbod van art. 337 lid 2 Rv omzeilen. Dit alles (dus de bevoegdheid om in een deelvonnis te klagen over zowel het eindvonnisgedeelte als het tussenvonnisgedeelte, maar ook het verbod om daarbij alleen grieven te richten tegen het tussenvonnisgedeelte) volgt uit het arrest Ponteecen/Stratex (ECLI:NL:HR:2004:AL7051).

De één-keer-schieten-regel bij hoger beroep tegen deelvonnissen

In een latere uitspraak Eén-keer-schieten-regel I (ECLI:NL:HR:2012:BU3160) heeft de Hoge Raad deze regels nog wat verder verfijnd. Daarbij heeft de Hoge Raad de zogenoemde één-keer-schieten-regel geformuleerd.

Zoals gezegd, moet je tegen het einduitspraakgedeelte van een deelvonnis meteen in hoger beroep gaan (de appeltermijn van drie maanden gaat immers gelijk lopen), en heb je de keuze of je daarbij het tussenvonnisgedeelte in dat hoger beroep gelijk meeneemt of daarmee wacht tot het eindvonnis. Verder is het zo dat tussenvonnissen (dus niet de tussenvonnisgedeelten van deelvonnissen, maar ‘daadwerkelijke’ tussenvonnissen die dus geen eindvonniscomponent hebben) überhaupt niet vatbaar zijn voor tussentijds beroep (afgezien van de uitzonderingssituatie dat de rechter dat expliciet toestaat).

Zijn er één of meer tussenvonnissen gewezen, gevolgd door een deelvonnis, en ga je in hoger beroep tegen dat deelvonnis waarbij je besluit om ook over één of meer van de tot dan toe gewezen tussenvonnissen te klagen, dan ben je verplicht om gelijk over álle tot dan toe gewezen tussenvonnissen te klagen. Je mag dus niet ‘selectief shoppen’ en over bepaalde tussenvonnissen wel klagen, en over andere weer niet, als dat beter uitkomt

Dat betekent dat het in beginsel mogelijk is om tussenvonnissen als het ware ‘op te sparen’. Wordt er dan later in de procedure alsnog een deelvonnis gewezen, dan is het, als je alsnog besluit om tegen het tussenvonnisgedeelte van dat deelvonnis op te komen in hoger beroep, wel verplicht om al je bezwaren tegen de tot aan dat moment ‘opgespaarde’ tussenvonnissen te ‘bundelen’ en daarover in het hoger beroep tegen dat deelvonnis alsnog in één keer te klagen. Dit wordt ook wel de “één-keer-schieten-regel” genoemd.

Uiteraard geldt steeds dat je per tussenvonnis in totaal slechts één keer in hoger beroep mag hebben geklaagd. Je kunt niet tweemaal van hetzelfde tussenvonnis in beroep komen (bijvoorbeeld eerst in hoger beroep tegen een eerste deelvonnis, en daarna in hoger beroep tegen een tweede deelvonnis). Evenmin mag je in hoger beroep tegen het latere eindvonnis alsnog klagen over een tussenvonnis waarover je al een keer tussentijds in hoger beroep tegen een deelvonnis geklaagd hebt.

De één-keer-schieten-regel volgt uit het bovengenoemde arrest Een-keer-schieten-regel I (ECLI:NL:HR:2012:BU3160). Dat arrest ziet echter alleen op een deelvonnis dat is voorafgegaan door ‘zuivere’ tussenvonnissen, en dus niet op het tussenvonnisgedeelte van een eerder deelvonnis. Dat de één-keer-schieten-regel geldt voor alle tussenuitspraken, dus niet alleen zuivere tussenvonnissen maar ook het tussenvonnisgedeelte van deelvonnissen, volgt uit een recenter arrest: Een-keer-schieten-regel II (HR 25 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:96).

De één-keer-schieten-regel geldt niet als je in beroep bent gegaan tegen een deelvonnis, maar daarbij enkel hebt geklaagd over het eindvonnisgedeelte en helemaal niet over het tussenvonnisgedeelte. Die handelwijze brengt alleen maar mee dat je het tussenvonnisgedeelte dus ‘opspaart’ tot een later moment. Dat mag. De één-keer-schieten-regel houdt dus in: kom je in hoger beroep op tegen een deelvonnis en klaag je daarbij ook over het tussenvonnis, dan moet je gelijk alle eerdere tussenuitspraken meenemen (voor zuivere tussenvonnissen volgt dat uit Een-keer-schieten-regel I (ECLI:NL:HR:2012:BU3160), en dat dat ook geldt voor de tussenvonnisgedeelten van deelvonnissen volgt uit Een-keer-schieten-regel II (HR 25 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:96). Je mag dus maar één keer schieten. Klaag je in hoger beroep tegen een deelvonnis niet over het tussenvonnis, dan blijf je de tussenvonnissen ‘opsparen’ en bewaar je ze voor een later moment. Je hebt dan dus nog niet geschoten.

Mr. T.A. (Tom) Knijp, LLM Legal

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on print