De gemiste Nobelprijs van Luca Pacioli en het begrijpen van jaarrekeningen

In de 15e eeuw vonden Toscaanse kooplieden het dubbel boekhouden uit. De uitvinding kwam uiteindelijk op naam van de Italiaanse franciscaner monnik Luca Pacioli die de methodiek in 1494 voor het eerst beschreef. Ik zal in deze blog betogen waarom deze methodiek in de 20e eeuw zeker een Nobelprijs zou hebben gewonnen.

Outsiders die minderwaardig spreken over boekhouders hebben geen benul van de schoonheid en het briljante idee achter dubbel boekhouden. Deze methodiek is ruim vijfhonderd jaar later nog altijd hét fundament voor adequate managementinformatiesystemen in welke organisatietypologie dan ook en staat, niet minder belangrijk, aan de basis van het universele jaarrekeningmodel waarvan de balans en de winst- en verliesrekening de harde kern vormen. Hoezo, minderwaardig?

Deze blog is te kort om Pacioli’s methodiek hier te behandelen, maar de begrippen debet/credit, en de kruisverbanden vordering/omzet en activa-voorraden-kosten/schulden zijn kerninzichten om met verstand een jaarrekening te kunnen lezen. Ik weet: u wordt overspoeld met trainingen Jaarrekening lezen. Maar wat daar meestal gebeurt is het aanleren van kunstjes zonder inzicht. Is dat een probleem? Volgens mij wel: u leert honderd kunstjes, leest een jaarrekening, en loopt tegen kunstje 101 aan. En dan?

Een korte kunstjesquiz:

  1. Waarom begint een kasstroomoverzicht met nettowinst + afschrijvingen? Afschrijving is toch geen kasstroom (dat zijn namelijk de investeringen)?
  2. Is het u wel eens opgevallen dat de financiering aan de creditzijde van de balans staat en de aanwending aan de debetzijde (handig als je de logica van het kasstroomoverzicht wilt doorgronden)?
  3. Wist u dat latente belastingen slechts een tijdelijke vordering of schuld betreffen die je met boekhouden glashelder kunt uitleggen?
  4. Waarom gaat positieve herwaardering door het eigen vermogen in de balans en bijzondere waardevermindering door de winst- en verliesrekening?
  5. Waarom raakt de ontvangst van een debiteur de solvabiliteit niet en de betaling van een crediteur de solvabiliteit wel?
  6. Waarom komt het met de wettelijke reserve omrekeningsverschillen van een deelneming in structureel afglijdende valuta als de Australische dollar nooit meer goed?
  7. Wat heeft een convenant breach te maken met de hoogte van het uit te keren dividend?

Als u al deze vragen goed heeft kunt u stoppen met het lezen van deze blog. Heeft u niet alle vragen goed en bent u directeur, aandeelhouder, commissaris, toezichthouder of advocaat-stagiair? Overweeg dan een training jaarrekeninglezen die traint op kennis en inzicht in plaats van kunstjes.

Bijvoorbeeld bij LLM Legal, waar aan u vanuit een gezonde basis boekhoudkennis de kneepjes van de jaarrekening in kleinschalige en persoonlijke trainingen worden uitgelegd.

Cees in ’t Veld RA RCBM

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on print